Het groen van De Biotoop

Terug naar overzicht
Het groen van De Biotoop

Natuurlijk beheer van het terrein zorgt voor een blijvend gevarieerde flora en fauna

Architectonisch totaalconcept


De Biotoop is niet alleen een gebouw. Ook de buitenruimte eromheen is onder architectuur ontworpen. Samen vormen ze een geheel. Dat concept faciliteerde biologen in opleiding binnen een zo rijk en gevarieerd mogelijke flora en fauna-omgeving. Dat oorspronkelijke idee is naadloos overgenomen binnen het concept van De Biotoop. Een gevarieerde verzameling bewoners en atelierhouders woont en werkt hier temidden van een grote rijkdom aan planten en dieren. Die natuurlijke ontwikkeling is al bijna 50 jaar gaande en mag overal waar dat veilig kan ongestoord verdergaan.  


Naast het uit 1950 stammende Zoölogisch laboratorium, mede-ontworpen door professor Baerends, ontwierp architect Fledderus een indrukwekkend groot, superstrak vormgegeven Biologisch Centrum in glas en beton, opgeleverd in 1970. Het staat op een terrein van 8 hectare. In deze buitenruimte is bij wijze van contrast niks strak of recht. Ze is overal zeer bewust vormgegeven als grillige, afwisselende, (semi)natuurlijke omgeving, gemaakt voor natuurliefhebbers. Flora en fauna zijn hier overal zeer zichtbaar aanwezig; tot pal voor de ramen.


Flora en fauna


Het buitenterrein van De Biotoop kenmerkt zich door een gelaagde beplanting. Hoge overstaande bomen (diverse soorten) met daaronder een rijk struweel: een hogere struiklaag van hazelaar / sleedoorn / meidoorn / krent, en een lagere struiklaag, met veelal uitheemse gewassen. De kruidlaag onder deze opgaande vegetatie en de op de grasvelden, sluit aan bij het bos- struweel karakter van de dominante vegetatie. Ze worden gekenmerkt door vroeg in het voorjaar bloeiende soorten: ‘stinzeplanten’, zoals holwortel / sneeuwklokje / speenkruid / daslook / boshyacint / narcis / crocus / aronskelk, en gele dovenetel, bosanemonen (ook gele anemonen!), lievevrouwenbedstro, enzovoort. De kruid-, struik- en boomlaag zijn verbonden door klimplanten als bosrank, hop, klimop en wingerd. Overal ligt dood hout, belangrijk als schuil/nestelplek voor vogels & zoogdieren en als voedsel voor insectenlarven en paddenstoelen. Her en der liggen ook kleine waterpartijen; soms ooit onderdeel van een biologisch experiment.


Van de massa dood hout en de enorme hoeveelheid levende en dode boombladeren leven veel soorten insecten. Hier zijn al bijna 500 soorten nachtvlinders aangetroffen! Al die insecten zijn weer voer voor vogels en zoogdieren. Dankzij de steeds hoger, dichter, natter en ouder wordende bosvegetatie vinden ook soorten als eekhoorn, egel, vleermuizen, bosuil, groene specht, grote bonte specht, goudvink en appelvink hier een onderkomen. Daarnaast leven er algemenere vogelsoorten, meest broedend in de (dichte) struiklaag.


Natuurlijke rijkdom als kernkwaliteit


CareX Haren stelt er een eer in om de balans tussen gebruiksfuncties en natuurfuncties in De Biotoop goed te bewaren en verder te versterken. Zonder (de bruikbaarheid van) het gebouw aan te laten tasten door de buitenvegetatie, koesteren we het natuurlijke karakter van de buitenruimte. We beperken of cultiveren de vegetatie zo weinig mogelijk. In lijn met de architectonische opzet laten we de vegetatie buiten de paden, grasvelden en moestuinen zich vrij ontwikkelen, overal waar dat veilig kan. Dat is karakteristiek voor deze locatie – zelden vind je zoiets, en dan op deze schaal, en zonder gezeur van buren. Dit is besloten terrein. Hier hoeft het niet 'standaard' of strak te zijn – hier is vrije ruimte voor mens en natuur. Bijkomend voordeel: natuurlijke ontwikkeling is het minste werk in onderhoud.