Berichten uit de Biotoop 61: Amorfe fallus

Terug naar overzicht
Berichten uit de Biotoop 61: Amorfe fallus

Schrijfster Sabine van den Berg woont met haar gezin in De Biotoop. Om de week op woensdag verschijnt er een bericht uit De Biotoop op deze site en in het Harener Weekblad. In november verschijnt bij Uitgeverij Oevers de bundel ‘Berichten uit De Biotoop’ - tweeënzestig verhalen en tekeningen! Eerdere afleveringen van De Biotoopfeuilleton staan op www.Sabinevandenberg.com. Soms zijn de namen gefingeerd om privéredenen. Tekst & illustratie: Sabine van den Berg

Muelleri, wat zou dat betekenen?’ We hebben een afdakje van onze handen gemaakt en turen door de vuile ruiten van de kas.


‘Je zou zeggen: de naam van een plantje, maar het kan net zo goed iets anders zijn.’ Klaas, de kunstschilder met wie ik bevriend ben, heeft een paar jaar geleden een tijdje een kas gehuurd op het Biotoopterrein. Nu hij op bezoek is, wil hij even langs zijn oude stek om wat foto’s te nemen. Klaas speculeert: ‘Hier is iemand enthousiast begonnen, maar er kwam wat tussendoor.’


We staren naar de rijen doorzichtige potjes waarin niets groeit. Ze zijn gevuld met een mengsel van aarde, schuimrubber snippers en iets wat lijkt op piepschuimkorrels. Er staan plastic stekers in met verschillende, geheimzinnige woorden. ‘Muelleri’ komt het meest voor. In een hoek ontdek ik twee blauwe, kunststof vaten.


‘Het heeft iets van een drugslab, alsof iemand in grote haast is weggevlucht.’ Ik wijs naar de tonnen. ‘Die dingen dumpen ze in Limburg.’


Muelleri,’ zeggen we tegelijk en proeven allebei bedachtzaam het woord in onze monden alsof het om een nieuwe soort synthetische drugs gaat.


Aan het einde van onze gang woont Willem. Hij heeft een kaal geschoren hoofd, een lange baard en een vorsende blik. Meestal draagt hij jassen tot op zijn enkels, maar bij warm weer is op zijn bovenarm een tatoeage van een vogelspin te zien.


Op een middag klop ik aan bij Willem. Misschien kan ik zijn dieren natekenen. Maar zijn vogelspinnen heeft hij niet meer. En de Zuid-Amerikaanse varaan, de suikereekhoorntjes en Harrie de slang waren van de vriendin die hij eerst had. Harrie verdween ’s winters altijd in de groentelade van de koelkast voor z’n winterslaap, weet ik. Willem heeft nog wel gekko’s en Afrikaanse kikkers. ‘Dit zijn nog baby’tjes,’ zegt hij vertederd. ‘Ze worden zo groot als een voetbal.’


Willem is laborant. Ik vraag hem wat hij precies doet, want ‘laborant’ is een breed begrip. ‘Ik onderzoek DNA en doe proeven met gen-manipulatie. Bijvoorbeeld bij gistsoorten, waarbij het wellicht mogelijk is dat ze zelf een vorm van biobrandstof gaan maken. Maar ik ontleed ook muizenhersentjes, om waak- en slaapritmes genetisch te bepalen. Mijn fascinatie voor dieren begon op mijn vierde toen ik wandelende takken kreeg. De nazaten heb ik nog, al dertig jaar.’


Willems dierenverzameling is inmiddels aardig uitgedund. Wel heeft hij nog een schedelverzameling en een stel geprepareerde vlinders. ‘Ik ben nu meer met planten bezig,’ zegt hij ‘Ik kweek de zeldzame varianten van de Amorfe fallus.’


Hij schuift een deur opzij en een golf vochtige warmte spoelt de kamer in. Met trillende vingers toont hij me een sprietig aronskelkje. ‘Deze is zeer zeldzaam.’ Hij haalt er nog een tevoorschijn. Een groter exemplaar.


‘Het lijkt inderdaad wel een piemel,’ zeg ik bewonderend.


Ik loop mee het kamertje in. De vloer staat vol potjes, op de planken langs de wanden staan er nog meer, erboven hangen tl-bakken. Allemaal aronskelken in een mengsel van aarde, schuimrubber snippers en iets wat op piepschuimkorrels lijkt. Ineens zie ik een steker liggen met een bekend handschrift.


Muelleri!’ roep ik opgewonden.


‘Ja, een Amorfe fallus*,’ antwoordt Willem kalm. Hij zet het plantje terug.


*          De naam Amorfe fallus die ik fonetisch registreerde, heeft dezelfde betekenis als de officiële naam Amorphophallus, afgeleid uit het Grieks: amorphos = vormeloze, misvormde of wanstaltige, phallos = penis.


 


Half november verschijnt de bundel ‘Berichten uit De Biotoop’, waarin Sabine van den Berg in tweeënzestig verhalen en tekeningen het leven beschrijft in een van de grootste broedplaatsen van Nederland.