Berichten uit de Biotoop 59: Dozen

Terug naar overzicht
Berichten uit de Biotoop 59: Dozen

Schrijfster Sabine van den Berg woont met haar gezin in De Biotoop. Om de week op woensdag verschijnt er een bericht uit De Biotoop op deze site en in het Harener Weekblad. In november verschijnt bij Uitgeverij Oevers de bundel ‘Berichten uit De Biotoop’ - tweeënzestig verhalen en tekeningen! Eerdere afleveringen van De Biotoopfeuilleton staan op www.Sabinevandenberg.com. Soms zijn de namen gefingeerd om privéredenen. Tekst & illustratie: Sabine van den Berg

Op ‘De Biotop(p)ers’, de Facebookpagina van De Biotoop, is een foto gepost van een bouwsel bestaand uit dozen. Er staat bij: Iemand behoefte aan achtendertig verhuisdozen?


Ik reageer als eerste en mag de dozen komen ophalen. Eindelijk zal ik onze berging netjes kunnen opruimen, de meeste spullen staan daarin langs de wanden opgestapeld in big shoppers en zijn zo in elkaar gedrukt dat je er op z’n positiefst een modern kunstwerk in kunt zien als variant op de Engelse stapelmuur.


De dozen zijn van Caroline, ze is tuinontwerpster en heeft haar werkruimte in Vleugel B. Caroline is de laatste tijd veel in het buitenland, ik geloof dat ze carrière maakt in Frankrijk, maar het fijne weet ik er niet van. Wanneer ik de dozen wil ophalen is ze er niet, ze liggen voor me klaar in de kelder. Ik bedank haar per mail en we spreken af dat ik een keer langskom als ze weer terug is.


‘Wat deed je nou allemaal in Frankrijk?’ Ik loop Carolines lichte ruimte in. In het midden staat een grote bananenplant. Rekken met hangplanten hangen verticaal vanaf het plafond naar beneden, als coulissen.


Caroline schuift me over haar bureau een foldertje toe. Ik blader het door en zie een kasteel omgeven door buitenkunst, strakke landschapsarchitectuur, maar ook overdadige bloemenweelde en fonteinen.


‘Ken je Domaine de Chaumont-sur-loire?’ Caroline is een stuk bruiner dan de laatste keer dat ik haar zag. Haar ogen staan blij.


‘Is dat niet zo’n pretentieus, internationaal tuinenfestival?’ Ik meen me vaag iets te herinneren uit de periode dat ik voor ‘Elle Tuinen’ schreef.


Ze knikt. ‘Het voelt alsof ik een prijs heb gewonnen, en eigenlijk is dat ook zo. Ik had me voor het festival ingeschreven met een tuinontwerp en ik ben uitgekozen om daar mijn tuin aan te leggen.’


Ze vertelt dat ze thuis buiten een plant had staan die naar pindakaas rook als je erlangs liep. Dat bracht haar op het idee van een geurtuin. Op advies van een vriendin las ze ‘Das Parfum’ van Patrick Süskind, over een parfumeur – Jean-Baptiste Grenouille – die op zoek is naar een hemelse geur.


Caroline leest een passage voor uit ‘Das Parfum’ over narcissen: ‘Als dodelijk geschrokken ogen lagen ze een seconde lang op het oppervlak en verbleekten op het moment waarop de spaan ze onderroerde en het warme vet ze omsloot. En haast op hetzelfde moment waren ze al verslapt en verwelkt en kennelijk overviel de dood ze zo snel dat ze geen andere keus meer overbleef dan hun laatste geurige zucht juist in dat medium uit te hijgen dat ze verdronk; want – Grenouille werd het tot zijn onbeschrijfelijke verrukking gewaar – hoe meer bloemen hij in de ketel onderroerde, des te sterker geurde het vet. En het waren niet de dode bloemen die het vet doorgeurden, nee, het was het vet zelf dat zich de geur van de bloemen had toegeëigend.’


In Chaumont plantte Caroline het groen en de bloemen die de grondstoffen vormen voor de parfums in het boek. Ze rangschikte ze naar geurfamilies.


‘Dat zijn geuren die bij elkaar passen en zodoende in te delen zijn. Zo heb je de leerachtige, dierlijke geuren, dat is een familie. Je hebt de bloemige geuren. En de bosachtige, houtgeuren, maar ook de geuren van kruiden, citrusplanten, en zo zijn er nog veel meer.’


Ze gaf de indeling aan met blauwe klinkers. In het midden van haar tuin staat een beeld van een gouden boomblad dat als een geopende hand naar de hemel reikt. Ik zie er de sierlijke dop in van een parfumfles, maar het is een gedenkteken voor alle jonge meisjes die parfumeur Grenouille doodde om hun onweerstaanbare geur te kunnen vangen.


Caroline benadrukt dat ze haar tuin dankt aan de kruisbestuivingen in De Biotoop. Andere ondernemers uit Vleugel B hielpen haar. Gijs, de modelmaker, goot de blauwe klinkers van klei. Kim maakte het gouden sculptuur. Margot, van de zeepstudio, vertelde haar alles over natuurlijke essences. Bovendien reisde Erik Jaap, fotograaf, en directeur van het reclamebureau dat haar PR verzorgt, haar achterna voor de opening en kwam terug met geweldig beeldmateriaal.


Ik vraag of de pindakaasplant nog een plekje heeft gekregen. Ze schudt ontkennend haar hoofd.


‘En de dozen? Waar gebruikte je die voor?’


‘Die waren voor de bollen. Ik heb honderden narcissen geplant omdat Süskind hun geur verschillende keren beschrijft in ‘Das Parfum’.’