Berichten uit de Biotoop 35: Taal

Terug naar overzicht
Berichten uit de Biotoop 35: Taal

Schrijfster Sabine van den Berg woont met haar gezin in De Biotoop. Om de week op woensdag verschijnt er een bericht uit De Biotoop op deze site en in het Harener Weekblad. Eerdere afleveringen van De Biotoopfeuilleton staan op www.Sabinevandenberg.com. Soms zijn de namen gefingeerd om privéredenen. Tekst & illustratie: Sabine van den Berg

Aan de zuidwestkant van het Biotoopterrein, vlakbij de biologische oogsttuin van boer Gijs, staat De Open Kas. Deze kas is – de naam zegt het al – open. Niet alleen letterlijk, ook figuurlijk. Eens in de zoveel tijd organiseert Irma, de beheerster van de kas, Het Geefcafé. Samen met een kok verzorgt ze een maaltijd voor zo’n dertig mensen. Het idee is: zij bieden een goede maaltijd aan die voor iedereen beschikbaar is en de gasten betalen een bedrag wat ze kunnen missen of wat ze de maaltijd waard vinden. Ook nodigt Irma altijd een paar mensen uit van wie ze denkt dat ze wel wat gezelligheid kunnen gebruiken, die mensen kun je trakteren. Het thema is ‘verbinding’. Vanavond maak ik voor het eerst kennis met dit fenomeen. We hebben ons op Irma’s aanraden dik aangekleed en vooral ook warme schoenen en sokken aangedaan, want hoewel er een houtkachel brandt en de lange tafels baden in een warme gloed van kaarslicht, blijft het een open kas. Onder de bezoekers ontdek ik enkele bewoners uit de Biotoop en uit Haren. Ik kom met mijn man en zoons aan tafel bij drie jonge mannen, die toevallig alle drie Mohammed heten. Alle drie hebben ze een zorgelijke blik. Een van hen, de middelste, spreekt Engels. Hij vertelt dat ze nog maar een maand in Nederland zijn en in het Asielzoekerscentrum in Onnen verblijven. Hij volgt elke dag Nederlandse les en verontschuldigt zich dat hij op dit moment beter Engels spreekt dan Nederlands. Ik durf niet te vragen of ze met een overvolle boot in Europa zijn aangekomen, of hun familie in Syrië nog leeft. Als het over Syrië gaat, kijken de mannen in hun schoot.
Irma en de kok serveren schalen met eten, er zijn verschillende gangen. Het eten doet beslist niet onder voor dat in een restaurant. Iemand draagt een gedicht voor, een ander verbaast ons met het gegalm van een waldhoorn die plotseling vanuit het donker de kas inschuift.
Dan trekt de middelste Mohammed een vuilniszak onder zijn stoel vandaan. Hij haalt er een blank, met donker hout ingelegd, snaarinstrument uit. Hij begint te spelen en de andere twee Mohammeds zingen mee. Iedereen luistert. Voor mijn geestesoog zie ik ons omringd door duinen van zand en is de Open Kas veranderd in een bedoeïentent.
Mijn jongste zoon volgt de vingers op de snaren. De middelste Mohammed bemerkt zijn interesse, hij vraagt hem of hij ook muziek maakt. Mijn zoon mompelt: ‘Ik speel viool.’
De man gebaart dat hij zijn viool haalt. Mijn zoon staat op en loopt het donker in. De middelste Mohammed haalt een mobiele telefoon uit zijn jaszak, hij toont het schermpje aan de anderen, ze overleggen. Als mijn zoon terugkeert, staat het mobieltje rechtop tegen een vaas. Mijn zoon leest de noten van het schermpje en speelt aarzelend een melodie die hij niet kent. Ineens klinkt zijn viool Arabisch. De mannen knikken. Na even oefenen speelt hij samen met de middelste Mohammed een gevoelig en tegelijk opzwepend ritme, de andere twee Mohammeds zingen. Ze lachen en klappen. Ondertussen eten we, al heb ik een brok in mijn keel. Mijn jongste zoon, de stilste van ons vieren, heeft een brug geslagen. Hij glimlacht en bestudeert een nieuw notenschrift dat ze hem voorhouden.